28 maart 2020

Dierentuinen waren tot eind twintigste eeuw hoofdzakelijk een bron van vermaak, maar tegenwoordig hebben zij ook andere doelen, zoals soortbehoud, natuurbehoud en educatie. Het sluiten van dierentuinen, zoals onder meer bepleit door de Partij voor de Dieren, zou ook het einde betekenen van de bijdrage van dierentuinen aan soortbehoud en natuurbehoud. Maar hoe groot is die bijdrage eigenlijk? Lisa Dietz sprak erover met Lisette de Ruigh, directeur van de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen.

Bekijk de originele publicatie in het tijdschrift Vork.

Gouden leeuwaapje

Een van de doelen van de moderne dierentuinen is bijdragen aan het behoud van biodiversiteit. Dat doen zij door bedreigde diersoorten in stand te houden met behulp van fokprogramma’s. In Europa worden die streng gereguleerd door de European Association of Zoos and Aquaria (EAZA). In samenwerking met de International Union for Conservation of Nature (IUCN) stelt EAZA zogeheten collectieplannen op voor Europese dierentuinen. In die plannen is precies uitgedacht welke dieren waar kunnen verblijven en welke dieren met elkaar moeten paren om de bedreigde soorten in leven te kunnen houden.

Zonder collectieplannen en fokprogramma’s zouden er diersoorten uitsterven. Maar hoe erg is dat eigenlijk? Het is bekend dat het verdwijnen van diersoorten grote invloed kan hebben op een specifiek ecosysteem. Begin twintigste eeuw bijvoorbeeld onderging het Yellowstone National Park in de VS grote veranderingen nadat de laatste wolf verdween. De populaties hertachtigen en coyotes bloeiden op en dat ging ten koste van de vegetatie en de vossen- en beverpopulatie. Op zijn beurt had dat weer invloed op het aantal vissen, vogels en knaagdieren.1 Het ecosysteem raakte uit balans.

Uitsterven diersoorten

“Na de herintroductie van de wolf eind twintigste eeuw nam het aantal hertachtigen weer af, bloeiden andere populaties op en kwamen er allerlei nieuwe planten en insecten”, weet De Ruigh te vertellen. Dat mag zo zijn, maar volgens filosoof Bas Haring hoeven we niet zo zwaar te tillen aan het verdwijnen van soorten. In zijn boek Plastic panda’s besteedt hij uitgebreid aandacht aan het belang van biodiversiteit.2 Zijn conclusie is dat het helemaal niet zo erg is als er diersoorten uitsterven. Er komen weer andere soorten voor terug en er ontstaat vanzelf een nieuw evenwicht. Zelfs een absolute afname van biodiversiteit zou volgens hem geen grote gevolgen hebben. Een sluitend antwoord is er niet. “We handelen naar beste weten en voelen”, zegt De Ruigh. “En ik zou het doodzonde vinden als bijvoorbeeld de panda zou uitsterven. Wij staan erachter om de diersoorten die er nu zijn te behouden.”

Parende kamelen
Grote zoogdieren trekken in dierentuinen de meeste bezoekers. Het is echter de vraag of grote zoogdieren wel voldoende ruimte hebben met het oog op dierenwelzijn.

Opoffering

Om een bedreigde diersoort in stand te houden moet de populatie in de dierentuinen gezond blijven. Dat wil zeggen, er moet voldoende genetische diversiteit zijn zodat de populatie op zichzelf in het wild zou kunnen overleven. Wanneer de genetische diversiteit in het geding komt, bijvoorbeeld wanneer de kans op inteelt groot is, kan een dierentuin besluiten dieren te euthanaseren.

Dit was in 2014 het geval in de dierentuin van Kopenhagen. Eerst liet de dierentuin een jonge giraffe inslapen omdat hij niet in het fokprogramma paste; zijn genen waren al ruimschoots vertegenwoordigd in de giraffenpopulatie. Kort daarna moest een gezin leeuwen eraan geloven. De oudere vader van het gezin had al eerder nakomelingen gehad en leefde samen met zijn dochters. Om te voorkomen dat hij hen zou bevruchten, moest de vader plaatsmaken voor een nieuwe, jonge leeuw. De moeder van het gezin zou de jonge leeuw niet accepteren; ook zij moest weg. Zonder haar zouden de welpjes niet overleven. Andere dierentuinen hadden geen plek voor de leeuwen, dus werd het hele gezin geëuthanaseerd.3

Zonder collectieplannen en fokprogramma’s zouden er diersoorten uitsterven. Maar hoe erg is dat eigenlijk?

De wereld reageerde met veel onbegrip op het bericht uit Kopenhagen. Maar EAZA verdedigde het besluit. Dierentuinen houden zich immers bezig met populaties, niet met individuele dieren. Het doel is soortbehoud. Soms is het nodig om een individu op te offeren voor dat grotere doel.

Voormalig directeur van Blijdorp Marc Damen gaf in een eerder interview aan dat er ook andere oplossingen zijn.3 Sommige dierentuinen doen aan geboortebeperking om te voorkomen dat er ‘overtollige’ dieren worden geboren. Dat levert echter weer een ander dilemma op. Voortplanting is onderdeel van het natuurlijke gedrag van dieren en als ze dat niet kunnen uitoefenen, raken ze gestrest. Dat is weer een aantasting van hun welzijn. Hoe dan ook zit er dus een prijskaartje aan soortbehoud.

Uitzetten

Het uiteindelijke doel van fokprogramma’s is om dieren uit te zetten in hun natuurlijke leefgebied. Soms lukt dat. De Ruigh: “Vorig jaar is een aantal neushoorns teruggezet in Serengeti in Afrika. Uit Dierenpark Emmen zijn gouden leeuwaapjes terug naar Brazilië gegaan. En Artis heeft een doorlopend project met vale gieren die in Sardinië worden uitgezet.”

Veel vaker lukt uitzetten niet. Kunnen we wel spreken van behoud van biodiversiteit als die zich hoofdzakelijk in gevangenschap bevindt en niet in de natuur? “Een zeer terechte vraag die we onszelf ook vaak stellen”, vindt De Ruigh. “We weten niet wat er in de toekomst mogelijk is. Misschien wordt op een gegeven moment besloten om, bijvoorbeeld in Afrika, een groot gebied vrij te houden voor echte natuur.” Tot die tijd houden fokprogramma’s met name diersoorten in gevangenschap in stand, in afwachting van een betere toekomst.

Natuurbehoud

De reden dat uitzetten vaak niet lukt, is dat de leefgebieden van dieren vervuilen, versnipperen en verdwijnen; door toedoen van de mens. We kappen grote delen van bossen en onze auto’s en industrie stoten schadelijke gassen uit die de grond verzuren, de lucht vervuilen en de aarde opwarmen. Om te voorkomen dat leefgebieden verder verdwijnen, dragen dierentuinen ook bij aan natuurbehoud. Per jaar besteden Nederlandse dierentuinen naar schatting zo’n vier miljoen euro aan diverse projecten.

Daarnaast dragen dierentuinen bij aan natuurbehoud met onderzoek en kennis. Doordat leefgebieden versnipperen, worden wilde dierpopulaties steeds kleiner en lijken daardoor steeds meer op populaties in gevangenschap. Kennis opgedaan in dierentuinen kan daarom goed in het wild worden gebruikt. Steeds vaker bestaan projecten dan ook uit een combinatie van soortbehoud, onderzoek en educatie in gevangenschap en natuurbehoud in het wild. Een voorbeeld is de mangrove in Burgers’ Zoo. “Burgers’ Zoo heeft een groot mangrovegebied in Belize aangekocht om daar de natuur in stand te houden”, vertelt De Ruigh. “In de dierentuin zelf is een speciale kas gebouwd, waarin die mangrove is nagemaakt. Zo kunnen ze hier onderzoek doen, bijvoorbeeld naar de biodiversiteit in zo’n mangrove, en die kennis weer gebruiken in Belize.”

Mangrove in Burgers' Zoo
Burgers’ Zoo kocht in Belize een mangrovegebied om de natuur in stand te houden.

Bewustwording

De Ruigh ziet ook een grote rol weggelegd voor dierentuinen om hun bezoekers een steentje te laten bijdragen aan natuurbehoud. “Nederlandse dierentuinen trekken 10 miljoen bezoekers per jaar. We willen die mensen bewustmaken van wat zíj kunnen doen.”

Een imposant verblijf als de mangrove in Burgers’ Zoo helpt daarbij. Het informeert bezoekers over de natuur in Belize en vergroot hun betrokkenheid, waardoor ze eerder geneigd zijn om te doneren aan het behoud en herstel van de natuur in dit gebied. Ook lopen er regelmatig campagnes in dierentuinen. “Een aantal jaar geleden had EAZA de campagne Pole to Pole, met als belangrijkste boodschap: Pull the Plug. Oftewel, trek je oplader uit het stopcontact als je klaar bent met laden. Dat vermindert CO2-uitstoot. Een heel eenvoudige boodschap om mee te geven aan kinderen.”

Verder gebruiken dierentuinen informatieborden, interactieve video’s en presentaties. In Wildlands in Emmen bijvoorbeeld vertellen dierverzorgers bij de dierverblijven een verhaal over de dieren, hun leefgebieden en de invloed van mensen op dat leefgebied. “Wanneer mensen dat horen en tegelijkertijd het dier zien, komt het heel dichtbij. Zo kunnen we hen inspireren om ook een stapje te zetten”, aldus De Ruigh.

dierverzorger geeft rondleiding in Wildlands Emmen
In Wildlands vertellen verzorgers over de dieren, leefgebieden en menselijke invloed.

Kunstmatige dierentuindieren

Het idee is dat als mensen de natuur in het echt kunnen bewonderen, ze sneller betrokken raken. Maar kunnen dierentuinen wel ‘echte’ natuur laten zien? Het leven van dierentuindieren is behoorlijk kunstmatig: De verblijven zijn begrensd met muren en soms een plafond, er is geen enkele natuurlijke dreiging zoals roofdieren en op gezette tijden ontvangen de dieren een kant-en-klare maaltijd.

De vraag is of dat wat uitmaakt voor de bewustwording van bezoekers. Momenteel loopt er in Ouwehands Dierenpark een onderzoek in samenwerking met Wageningen UR naar het effect van informatievoorziening op bezoekers. Eerder is dat effect al kleinschaliger onderzocht. “Toen bleek dat het een verschil maakt of mensen dieren in het echt zien of alleen maar op een filmpje.” Een dier in het echt zien, lijkt dus effectiever dan een natuurfilm, ook al geeft de laatste de werkelijkheid beter weer.

Het effect van de ‘aaibaarheidsfactor’
Maakt het voor de bewustwording van bezoekers uit welke dieren er in een dierentuin zitten? Lisette de Ruigh, directeur van de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen, denkt van wel.
“Het is belangrijk om het hele spectrum te laten zien, ook lagere dieren en insecten. Maar het gaat vooral om de presentatie. In Artis is onlangs de tentoonstelling ‘Ode aan het insect’ geopend, met sterk uitvergrote foto’s van insecten. Waanzinnig mooie plaatjes. Als je ziet hoeveel prachtige kleuren een eendagsvlieg heeft, denk je misschien twee keer na voordat je er een klap op geeft omdat je er last van hebt. Toch heeft het effect ook met een soort ‘aaibaarheidsfactor’ te maken. Een olifant roept in eerste instantie meer verwondering op dan een insect.”
Grote zoogdieren, zoals olifanten, tijgers en giraffes, trekken inderdaad meer bezoekers, zo blijkt uit een recent onderzoek van Trinity College Dublin.4 Maar er is veel discussie rondom het houden van grote zoogdieren in dierentuinen. Met het oogpunt op dierenwelzijn is het de vraag of we die dieren wel de ruimte kunnen bieden die ze nodig hebben. Het onderzoek toont echter een belangrijk pluspunt: dierentuinen met grotere aantallen bezoekers dragen meer bij aan natuurconservatie. Indirect leiden grote zoogdieren in dus tot meer natuurbehoud. En dat verhoogt weer de kans dat dieren succesvol in hun eigen natuurlijke leefgebied kunnen worden uitgezet.

  1. Wikipedia. History of wolves in Yellowstone. https://en.wikipedia.org/wiki/History_of_wolves_in_Yellowstone/
  2. Haring, B. (2011). Plastic panda’s. Singel Uitgeverijen.
  3. Animals Today. Dierentuin Kopenhagen doodt vier gezonde leeuwen. https://www.animalstoday.nl/dierentuin-kopenhagen-doodt-vier-gezonde-leeuwen/
  4. Nature Communications (2020) 11:584.