25 juni 2020

Zwarte kraaloogjes, pluizige vachtjes en prachtige kleuren: veel dieren zijn mooi om naar te kijken, maar meestal zijn ze niet geschikt als huisdier. Het houden ervan levert risico’s op voor welzijn en gezondheid van zowel dier als mens. Vijf jaar geleden voerde de regering een positieflijst in – een lijst met dieren die gehouden mogen worden, maar die sneuvelde bij de rechter. Inmiddels wordt er een nieuwe poging ondernomen. Lisa Dietz sprak erover met Raquel García-van der Walle, hoofd Wetgeving en Beleid van Stichting AAP.

Bekijk de originele publicatie in het tijdschrift Vork.

Voetballer Memphis Depay poseert met een lijger.

Wat maakt exotische dieren zo aantrekkelijk om als huisdier te houden? “Veel mensen nemen een exotisch dier omdat ze iets willen wat anders is,” legt García-van der Walle uit. “Ze vinden een hond maar saai. In sommige gevallen speelt status een rol. Wanneer mensen foto’s delen op social media waarop zij met hun aapje, cheetah of lijger (een kruising tussen een leeuw en een tijger, red.) staan, geeft dat aanzien. Ook speelt een cute-factor mee. Veel exotische dieren, zeker zoogdieren zoals aapjes of prairiehondjes, zien er heel schattig uit.”

Mensen schaffen deze schattige dieren veelal aan als impulsaankoop en dat pakt vaak niet goed uit. “Sommige exotische dieren kunnen gevaarlijk zijn voor de mens. Een jong aapje is nog schattig, maar na een paar jaar is het een puber met tanden van een paar centimeter lang. Op die leeftijd kunnen apen agressief worden, zeker als ze nooit gesocialiseerd zijn in hun eigen groep, omdat ze zo jong verkocht zijn als huisdier. Andere dieren zijn niet fijn om als huisdier te houden, bijvoorbeeld omdat ze meubels kapot maken of alleen ’s nachts actief zijn. Na een tijd komen eigenaren erachter dat de aanschaf van het dier misschien niet zo handig is geweest. Dan willen ze afstand doen van hun dier en die komt dan bij organisaties zoals AAP terecht.”

De witbuikegel (Atelerix albiventris) – met zijn prachtige kraaloogjes – staat op de positieflijst en is toegestaan als huisdier. Deze dieren kunnen echter salmonella bij zich dragen.

Om hoeveel dieren het in Nederland gaat, is moeilijk te zeggen. Er geldt geen registratieplicht, dus niemand weet precies hoeveel exotische dieren er worden gehouden. En daar zit precies een knelpunt, vindt García-van der Walle. “Wat je niet weet, kan je ook niet goed reguleren.”

Degoe met diabetes

Dat veel dieren in opvangcentra terechtkomen is niet de enige keerzijde van de exotische dierhouderij. Een andere is het grote risico op aantasting van dierenwelzijn. “De meeste gehouden soorten zijn niet gedomesticeerd, ze horen in het wild,” vertelt García-van der Walle. “In gevangenschap bij een eigenaar wordt hun welzijn direct aangetast. Vaak zitten sociale dieren alleen of de leefruimte voldoet niet, waardoor dieren geen natuurlijk gedrag kunnen vertonen.”

Daar komt bij dat veel eigenaren niet goed weten welke verzorging en voeding hun dier nodig heeft en vaak ook niet de moeite nemen om zich hierin te verdiepen. “Veel eigenaren geven hun degoes fruit, maar deze Chileense knaagdieren zijn heel gevoelig voor suiker. Ze krijgen snel diabetes of worden blind. Ook krijgen veel knaagdieren last van overgroeide tanden omdat zij niet het juiste dieet en de juiste knaagverrijking krijgen. Bijna elk dier dat bij AAP binnenkomt heeft een gezondheidsprobleem of gedragsmatig probleem.”

“Men schaft deze schattige dieren aan als impulsaankoop en dat pakt vaak niet goed uit.”

Bij gezondheidsproblemen is goede veterinaire zorg niet makkelijk te vinden, want de meeste dierenartsen weten weinig over exotische soorten. “Een paar jaar geleden had een vrouw een dwergmuisje aangeschaft en ineens had ze een nest baby-muisjes. Zij ging naar de dierenarts om te kijken of sterilisatie mogelijk was. De dierenarts wist zo weinig over de soort dat die de muis verkeerd oppakte en de staart losraakte. Voor een hond zouden we dit nooit accepteren, waarom dan wel voor een muis?”

Dodelijke virussen

Ook de volksgezondheid is niet gediend bij het houden van exotische huisdieren. Wilde dieren dragen allerlei ziektes bij zich die zij op mensen kunnen overdragen. De huidige coronapandemie, die vermoedelijk begon met een vleermuis en een pangolin, is hier een uitstekend voorbeeld van. Ook exotische huisdieren vormen een besmettingsrisico. “Bij AAP krijgen we regelmatig apen binnen uit andere Europese landen, waar ze als huisdier werden gehouden. Soms blijken zij ziekteverwekkers bij zich te dragen die zomaar op de eigenaar hadden kunnen overspringen.”

In Duitsland overleden tussen 2011 en 2013 drie fokkers van een exotische eekhoornsoort. Doodsoorzaak: een nieuw type bornavirus dat zij van hun eekhoorns hadden gekregen.1 Deze eekhoornsoort, de grote gevlekte boomeekhoorn, wordt ook in Nederland gehouden en kan hier evengoed mensen besmetten. Garcia-Vander Walle: “Exotische vleermuissoorten worden hier ook gehouden. Inmiddels weet de hele wereld wat de risico’s hiervan zijn. Zo worden allerlei dieren naar Europa vervoerd, waarvan we niet weten wat ze bij zich dragen. Mensen weten letterlijk niet wat ze in huis halen.”

In Duitsland overleden drie fokkers van de gevlekte boomeekhoorn.
Doodsoorzaak: een nieuw type bornavirus dat zij van hun eekhoorns kregen.

Knutselen aan dieren

De risico’s voor dierenwelzijn en volksgezondheid worden nog groter door te knutselen aan dieren. “Fokkers nemen bijvoorbeeld eekhoornsoort A en kruisen die met eekhoornsoort B om hybriden te krijgen,” legt García-van der Walle uit. “Dat geeft mogelijkheden voor mutatie van virussen die in eerste instantie ongevaarlijk waren, maar door het knutselen gevaarlijk kunnen worden. Niemand weet wat voor ziekteverwekkers hybride dieren kunnen dragen, want die soort bestond nog niet. Die is door mensen gecreëerd, zonder overzicht of veterinaire controle. Dat is een gevaarlijke praktijk.”

Bij grote katachtigen is het fokken van hybriden eveneens een trend, wat het dierenwelzijn niet ten goede komt. “De gewone huiskat gekruist met een serval geeft een savannah-kat. Mensen houden die als huiskat, maar dat zijn het niet. Ze hebben voor een deel een wilde kat in zich, met ander gedrag en andere behoeften dan een huiskat.”

Twijfelachtige basis

Om de handel in exotische dieren aan banden te leggen werd in februari 2015 een positieflijst ingevoerd. Dieren die op deze lijst staan, mogen in Nederland als huisdier worden gehouden, alle andere dieren niet. Helaas hield die lijst niet lang stand. In hetzelfde jaar spande de dierhouderijsector een rechtszaak aan tegen de overheid, omdat de juridische basis waarop de lijst tot stand was gekomen, twijfelachtig was. De rechter gaf de dierhouders gelijk en de overheid moest de systematiek aanpassen. Daar is zij nog steeds mee bezig.

“Zo’n lijst opstellen is een uitermate complex proces omdat een objectieve methodiek nodig is,” legt García-van der Walle uit. “Daarnaast blijft de dierhouderijsector dwarsbomen door steeds nieuwe rechtszaken aan te spannen. Elke keer moet de overheid daar aandacht aan geven en dat geeft vertraging. Vervelend, maar het dient een doel. Een positieflijst heeft alleen zin als deze juridisch houdbaar is, dus we hebben er belang bij dat de overheid haar taak goed doet.”

In de ban van Tiger King

Ondertussen gaat de handel in exotische dieren onverminderd door via beurzen en online platforms. Met name via Marktplaats worden veel dieren verkocht, zo blijkt uit een rapport van AAP uit 2019.2 Omdat exotische dieren regelmatig een impulsaankoop zijn, waar eigenaren na enige tijd afstand van willen doen, is ook de toestroom van dieren naar opvangcentra onverminderd.

“Vanuit Nederland komen met name veel kleine zoogdiersoorten, zoals degoes, eekhoorns en prairiehonden, binnen bij AAP,” vertelt García-van der Walle. “Daarnaast krijgen we uit andere Europese landen veel apen. Sinds 2015 vangen we ook grote katachtigen op. Die komen uit circussen en dierentuinen, maar ook van privéhouders. Iedereen is nu in de ban van de docuserie Tiger King en denkt dat zulke praktijken alleen in Amerika voorkomen, maar het gebeurt ook in Europa.”

Opvangcentra hebben maar een beperkte capaciteit. Wanneer bij AAP een dier wordt aangeboden waar de stichting geen plek voor heeft, komt hij op een wachtlijst. “Dit betekent dat het dier nog een tijd bij de huidige eigenaar moet blijven, op een plek die volstrekt ongeschikt is.”

“Een jong aapje is nog schattig, maar na een paar jaar is het een puber met tanden van een paar centimeter lang.”

Objectieve criteria

De ontwikkeling van de nieuwe positieflijst is al een aantal jaar bezig, maar het einde lijkt eindelijk in zicht. De afgelopen tijd heeft een commissie van onafhankelijke zoogdierexperts objectieve beoordelingscriteria opgesteld. De criteria bestaan uit vijf risicocategorieën: letsel en gezondheid mens, voedselopname, ruimtegebruik en veiligheid, thermoregulatie en sociaal gedrag.3 In elke categorie zit een aantal risicofactoren, zoals ‘diersoort moet dagelijks langdurig foerageren’, ‘diersoort brengt een gevaar met zich mee voor overdraagbare ziekten’ of ‘diersoort houdt een winterslaap’. Die factoren geven een indruk van de risico’s voor dierenwelzijn en volksgezondheid wanneer de soort als huisdier wordt gehouden.

Momenteel beoordeelt een beoordelingscommissie 260 diersoorten op alle risicofactoren en deelt ze in risicoklassen in. In klasse A komen soorten waarbij in geen van de vijf risicocategorieën een risico is vastgesteld. In klasse B zitten dieren waarbij in één categorie een risico is vastgesteld, en zo gaat het verder tot klasse F, die de meest risicovolle diersoorten bevat. Minister Carola Schouten beslist uiteindelijk welke risicoklassen wel en niet op de positieflijst komen te staan. In eerste instantie bevat de lijst alleen zoogdieren, maar de intentie is om later ook voor andere diergroepen een positieflijst op te stellen. Naar verwachting verschijnt de zoogdierenlijst in het eerste kwartaal van 2021.

Pleidooi registratieplicht

Bij invoering van de positieflijst geldt een overgangsperiode. Eigenaren die op dat moment al een exotisch dier hebben, mogen het houden. Wel hebben zij een identificatieplicht: ze moeten kunnen aantonen dat ze het dier al in bezit hadden, bijvoorbeeld met een chip of geboortecertificaat. Stichting AAP pleit ervoor om ook een registratieplicht in te voeren. “Het is raar dat in Nederland alle koeien worden geregistreerd, terwijl iemand zo vijftien slangen in huis kan houden zonder dat dat ergens bekend is,” vindt García-van der Walle. “Registratie maakt handhaving eenvoudiger.”

De aanschaf van een nieuw huisdier dat niet op de lijst staat, wordt verboden. Dit zou de deur kunnen openen voor illegale handel, maar daar is García-van der Walle niet zo bang voor. “De meeste handelaren zijn bonafide, die gaan niet ineens soorten verhandelen die niet op de positieflijst staan. En de meeste dierhouders zijn dierenliefhebbers, die hebben er geen belang bij om illegaal dieren te houden.”

Haar geruste houding is mede te danken aan positieve ervaringen uit België, waar al 10 jaar lang een positieflijst geldt. Daar is geen toename van illegale praktijken gezien en de instroom van exotische dieren aan opvangcentra is er afgenomen.4 Of de positieflijst bij ons ook zo goed werkt, zal de komende jaren moeten blijken.

Bronnen:

  1. N Engl J Med 2015; 373:154-162.
  2. Stichting AAP, 2019. Alive and kicking: the exotic mammal trade in the Netherlands.
  3. Wetenschappelijke Adviescommissie Positieflijst, 2019. Advies toetsingskader positieflijst zoogdieren.
  4. 10 jaar positieflijst in België. www.aap.nl/nl/blog/blog-10-jaar-positieflijst-belgie