1 mei 2020

Dierenwelzijn in de varkenshouderij is een continu aandachtspunt. Binnenkort verschijnt een nieuwe welzijnscheck voor varkens met als doel dierenwelzijn op varkensbedrijven in kaart te brengen. Dit kan alleen met de gezamenlijke inspanning van varkenshouders, voervertegenwoordigers en dierenartsen. Floortje Herder en Mark Vossen van Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) vertellen over de welzijnscheck.

Bekijk de originele publicatie in het vakblad Tijdschrift voor Diergeneeskunde.

Varkens in de modder

In 2016 gaf de EU de opdracht aan alle Europese lidstaten om een risicobeoordeling voor staartbijten uit te voeren op varkensbedrijven. De EU zette er druk achter: tijdens een audit in 2017 werd een aantal landen, waaronder Nederland, op de vingers getikt omdat de uitvoering te traag verliep. Alle zeilen zijn toen bijgezet en nu is er de welzijnscheck. In Nederland is ervoor gekozen om de risicobeoordeling breder te trekken dan alleen staartbijten. “De welzijnscheck is een instrument om dierenwelzijn in het algemeen in kaart te brengen op een bedrijf,” aldus Herder.

Welzijnscheck

De welzijnscheck bestaat uit een vragenlijst met diergebonden en niet-diergebonden indicatoren. Hij is ontwikkeld door Wageningen University & Research (WUR), in samenspraak met dierenartsen en voervertegenwoordigers van WUR en de faculteit Diergeneeskunde. Ook John Vonk, clustervoorzitter Landbouwhuisdieren bij de KNMvD, is nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling, zoals in maart 2019 was te lezen in het TvD.

Vossen, tevens varkenshouder, heeft de welzijnscheck al mogen toepassen op zijn bedrijf. “Omdat de checklist vrij gedetailleerde vragen bevat, ga je op een andere manier naar je bedrijf kijken. Dan zie je ineens dingen waar je dagelijks overheen kijkt. Tijdens een bestuursvergadering van POV zei iemand: ‘Het is eigenlijk het hele Handboek Varkenshouderij in een paar A4-tjes’.”

Drie versies

De welzijnscheck kent drie versies: een voor zuigende biggen, een voor gespeende biggen en een voor vleesvarkens en opfokzeugen. Elke versie bevat een aantal diergebonden indicatoren, zoals liggedrag en aanwijzingen voor schade of ziekte, en niet-diergebonden indicatoren, zoals hokverrijking, voersamenstelling, klimaat en hygiëne. Elke indicator krijgt een score in de categorie groen, oranje of rood.

“Het is niet zo dat elk bedrijf op alles groen moet scoren,” legt Herder uit. “Alles groen geeft ook geen garantie dat er geen staartbijten op het bedrijf kan voorkomen. De check is een richtlijn, een instrument dat de varkenshouder kan gebruiken om op zoek te gaan naar laaghangend fruit.” Herder voegt nadrukkelijk toe dat de indicatoren uit de vragenlijst geen wetgeving worden.

biggen met staartjes

Samen invullen

POV moedigt varkenshouders, dierenartsen en voervertegenwoordigers aan om de welzijnscheck samen in te vullen. “Sommige vragen over voer zijn behoorlijk technisch en kan de varkenshouder niet zelf invullen,” licht Herder toe. “En dierenartsen kijken met een andere, meer onafhankelijke blik naar het bedrijf.” POV hoopt dat de welzijnscheck ervoor kan zorgen dat de drie partijen meer begrip voor elkaar krijgen en gebruik gaan maken van elkaars expertise.

Wanneer de welzijnscheck is ingevuld, maakt de varkenshouder samen met zijn adviseurs een plan van aanpak. Bij deze stap is betrokkenheid van de dierenarts van groot belang. De drie partijen kijken samen naar de indicatoren met een rode score en bekijken wat eenvoudig is aan te passen. Hier is de welzijnscheck met name voor bedoeld: laaghangend fruit opsporen en plukken.

“Er komen praktische dingen uit de check,” vertelt Vossen. “Ik heb in mijn biggenstal kleine aanpassingen gedaan die het geld niet kosten, maar die wel het risico op staartbijten verminderen. Een hele biggenstal ombouwen is niet realistisch, maar een extra voerbak in de stal zetten, de voerbak ergens anders zetten of de voersamenstelling aanpassen wel. Dat soort kleine dingen zijn makkelijk op te sporen met de vragenlijst.”

Eerste stap

De welzijnscheck is een eerste stap naar het houden van varkens met lange staarten. “Wanneer een bedrijf op veel indicatoren groen scoort en er weinig tekenen van bijtschade zijn, kan de varkenshouder in overleg met de adviseurs proberen om een of twee tomen niet te couperen en kijken hoe dat gaat,” legt Herder uit. “En als het goed gaat langzaam uitbreiden. Als het niet goed gaat, teruggrijpen naar de welzijnscheck en het plan van aanpak. Het uitgangspunt is altijd dierenwelzijn. Als het niet lukt om varkens met lange staarten te houden zonder bijtschade, dan moet het bedrijf er nog niet aan beginnen.”

Voor de ontwikkeling van de welzijnscheck is een netwerk opgericht van vijftien varkenshouders. De check is getest op hun bedrijven, de ‘kinderziektes’ zijn eruit gehaald en nu is hij klaar voor gebruik. “We willen hem in fasen invoeren,” vertelt Herder. “De eerste stap is een verplichting invoeren vanuit de IKB’s om de welzijnscheck in te vullen. In de loop van dit jaar volgt een einddatum waarop alle varkenshouders in Nederland dit voor de eerste keer gedaan moeten hebben.” Daarna vullen varkenshouders de vragenlijst jaarlijks in.

“De volgende stap is dat de varkenshouder met zijn adviseurs een plan van aanpak opstelt om het risico op bijtschade en andere problemen te verminderen. Daarna kan voorzichtig een eerste toompje met staarten volgen.”

Informatie over de welzijnscheck is vanaf begin mei te vinden op www.vitalevarkenshouderij.nl. Ook kan de vragenlijst hier digitaal worden ingevuld.